Groninger Architectuurmaand

Herbestemming waterfiltergebouw

In het begin van de twintigste eeuw werd in Haren een waterleidingmaatschappij opgericht. In een parkje dat nu centraal in de nieuwbouwwijk Haren-Noord ligt, richtte de maatschappij een viertal gebouwen op: een pompgebouw, een verticaal filtergebouw, een horizontaal filtergebouw en een blokje met twee-onder-een-kapwoningen voor de machinisten. Pakweg een eeuw later kwam een einde aan de functies van de gebouwen. Het horizontale filtergebouw werd gesloopt, terwijl de andere drie een monumentale status kregen en verkocht werden. 

Stemmen

Je e-mailadres wordt alleen gebruikt voor het registreren van je stem.
Ontwerp
KPB architecten
Opdracht
Particulier
Bouw
Dijkstra Draisma
Jaar
2026
Locatie
Grootslaan 9, Haren
Fotograaf
IMAZZO / Studio Slow / KPB

Op verzoek van de gemeente onderzochten de nieuwe eigenaren van het verticale filtergebouw en het pompgebouw een functiewijziging richting horeca. Maar na buurtoverleg bleek woningbouw hier passender. Het filtergebouw was dermate complex en onoverzichtelijk dat een herontwikkelingsplan voor vier wooneenheden noodzakelijk was om de woonkwaliteit in combinatie met de monumentale kwaliteit aan te kunnen tonen.

Oorspronkelijk bestond het verticale filtergebouw uit het ‘echte’ filterwerk: een zwaar gedimensioneerde betonconstructie van diverse filterbakken boven een diepe reinwaterkelder. Om en over deze primaire structuur is een betonnen stolp geplaatst met een geheel eigen (beton)structuur en een eigen fundering. Die losse schil beschermt het drinkwater en organiseert de luchtstromen door het complex. De verticale opbouw van het complex bestaat uit een reinwaterkelder van zo'n 5 meter diep, daarboven twee originele filterbakken en daar weer boven een groot terugspoelreservoir. De horizontale opbouw bestaat uit een viertal filtercompartimenten. Om de filters heen zit een service-omloop, die naast de originele betonnen trappen ook delen van de technische installatie bevatte. 

De aanpassingen van het filtergebouw zijn breed onderzocht. Na overleg met de Rijksdienst voor het Culturele Erfgoed en de monumentencommissie werd aanvankelijk reparatie van het betonstucwerk aan de buitenzijde in oorspronkelijke staat als uitgangspunt genomen. Aan de zuidzijde zou de gehele gevel vervangen worden door glas. Uiteindelijk bleek het inpakken van de buitenkant een betere oplossing: hierdoor blijven de bijzondere betonconstructies zichtbaar en voelbaar, en blijft het oorspronkelijke luikensysteem beschikbaar voor de nieuwe functie.

Aan de zuidzijde is aan de buitenkant één grote ingreep gedaan. Een deel van de gevel is hier vervangen door grote glaspuien. Daarmee is de daglichttoetreding in het gebouw georganiseerd en het binnenste van het gebouw zichtbaar gemaakt. 

De vloer van de onderste filterbak is verwijderd, waardoor de bak op de bovenliggende verdieping geheel in het zicht komt. Door de vides achter de nieuwe glasgevel komt hierdoor niet alleen veel licht diep in het gebouw, maar is van buitenaf ook meer zicht op de bestaande filter- en kolommenstructuur gecreëerd. Deze ingreep was ook van belang voor de zichtbaarheid van de reinwaterkelders. De aanwezige mangaten zijn hier gebruikt voor daglichttoetreding en het zichtbaar maken van de betontrappen in de kelder. Nieuwe trappen ontsluiten de kelders nu elders. De later aangebrachte zandopslag aan de zuidgevel is gedeeltelijk behouden en fungeert als balkon op de eerste verdieping.

Inzendingen 2026