Om de lengte in de bouwblokken te onderbreken zijn de grondgebonden woningen twee-aan-twee gespiegeld. Daardoor ontstaat een ander ritme in het bouwblok. In de gevelindeling zijn de kenmerken van de wederopbouwarchitectuur te zien, zoals de kozijnen tussen de begane grond en de verdieping die ten opzichte van elkaar verspringen. In de kopgevels geven grote vensters vanuit de woonkamer zicht op de zijtuin en straat. Afhankelijk van de oriëntatie van de gevel zijn nestkasten voor vleermuizen of gierzwaluwkasten en mussen toegepast in verschillende patronen. Zo ontstaat variatie en herkenbaarheid per straat.
De appartementengebouwen bestaan uit twee eenvoudige rechthoekige bouwvolumes in vier bouwlagen. De entrees met lift en trappenhuis liggen op de koppen van de bouwblokken. De raamopeningen aan de straatkant hebben terugliggende vlakken met bijzonder metselwerk in tegelverband, waardoor meer diepte in de gevels ontstaat. De galerijen aan de achterzijde zijn voorzien van elementen met roosters voor begroeiing, om de gevel aan de relatief stenige parkeerplaatsen te vergroenen en verlevendigen.
De appartementen worden omzoomd door een collectieve tuin, die is afgeschermd door een groenblijvende ligusterhaag. Ter plaatse van de hoofdentrees is hier een toegangszone in opgenomen waar bezoekers hun fietsen kunnen stallen. Binnen de collectieve tuin bevinden zich de privéterrassen van de woningen op de begane grond. De tuin is gevarieerd ingericht, zodat door het jaar heen een wisselend groen beeld ontstaat en de beplanting tussen de terrassen ook privacy biedt aan de bewoners. Alle voortuinen van de grondgebonden woningen worden, net zoals in de oorspronkelijke situatie, omzoomd door een ligusterhaag. Aan de achterzijde worden de tuinen begrensd door een klimophaag.